Sterreninflatie

Veel beleggers gebruiken de Morningstar sterren als input voor een filter om uit het grote assortiment aan beleggingsfondsen het juiste fonds te selecteren. Voor Nederlandse beleggers zal de relevantie van de Morningstar sterren in de toekomst echter steeds minder worden. In Nederland verkrijgbare beleggingsfondsen zijn namelijk onderhevig aan sterreninflatie, waardoor de waarde van de sterren als erkenning voor het track record zal verminderen.

Jeffrey Schumacher, CFA 29 september, 2015 | 9:39
Facebook Twitter LinkedIn

De Morningstar sterren worden bepaald op basis van een kwantitatieve methode. De methodiek is puur mathematisch, dus er komt geen fondsanalist aan te pas. Een computermodel beoordeelt beleggingsfondsen binnen hun specifieke Morningstar categorie op basis van hun historisch rendement, gecorrigeerd voor risico en kosten. Dit wordt gedaan voor track records over 3, 5 en 10 jaar. De fondsen ontvangen op iedere tijdspanne een sterrenrating, die vervolgens via een wegingsmechanisme voor de verschillende perioden uitmondt in een Overall Morningstar Rating, oftewel de sterrenbeoordeling die u op veel factsheets en websites tegenkomt.

De verdeling van de Morningstar sterren voor de fondsen in een specifieke Morningstar categorie volgt een normaalverdeling, waarbij de 10 procent fondsen met het beste rendement, gecorrigeerd voor risico en kosten 5 sterren ontvangt. De 22,5 procent daarna ontvangt 4 sterren, de 35 procent daarna 3 sterren, de 22,5 procent daarna twee sterren en de slechtste 10 procent krijgt 1 ster. Dit proces is dynamisch, en wordt iedere maand opnieuw uitgevoerd. Dit betekent dat de Morningstar rating voor een beleggingsfonds door de tijd heen kan veranderen. Hiervoor kunnen twee oorzaken zijn: verandering in relatieve prestaties van het fonds, of verandering in de samenstelling van de Morningstar categorie.

Veranderende regelgeving
Dit laatste punt zorgt ervoor dat de sterrenrating voor Nederlandse beleggers in de toekomst minder betekenisvol kan zijn dan hij in de afgelopen jaren is geweest. In Nederland geldt sinds 1 januari 2014 een verbod op distributievergoedingen. Voorheen kocht een belegger bij een bank een beleggingsfonds aan en betaalde hij hierover een beheervergoeding aan het fondshuis. In die beheervergoeding zat echter een distributievergoeding voor de bank verwerkt, die deze betaling dus retour ontving van het fondshuis. De hoogte van de distributievergoeding verschilde per fondshuis, maar gemiddeld genomen bedroeg dit 50 procent. Bij een gemiddelde beheervergoeding van 1,75 procent voor aandelenfondsen op jaarbasis gaat het dus om 87 basispunten over het belegde vermogen. De AFM beschouwde deze constructie als ongewenst, omdat dit distributeurs (banken) zou kunnen verleiden om niet per se de beste fondsen aan te bieden aan hun klanten, maar de fondsen waarvan ze het hoogste percentage aan vergoeding ontvingen. Vanaf 1 januari 2014 is deze constructie dan ook niet toegestaan voor particuliere beleggers.

Distributievrije fondsklassen
De verandering in regelgeving zorgde ervoor dat fondshuizen zogenaamde distributievrije fondsklassen gingen opzetten, of in sommige gevallen particuliere beleggers toegang gaven tot de – aanmerkelijk goedkopere - institutionele fondsklasse. Het resultaat is dat beleggingsfondsen voor de Nederlandse belegger qua beheervergoeding flink goedkoper zijn geworden. Er is nu immers een ander palet aan fondsklassen dat relevant is voor de Nederlandse belegger, namelijk het palet waar geen distributievergoeding meer versleuteld zit in de beheervergoeding (of lopende kosten).

Gevolgen voor relevantie sterrenrating
Wat is hiervan de link met de sterrenrating van Morningstar? De sterrenrating wordt op Europees niveau bepaald. In het merendeel van Europa geldt er echter geen verbod op distributievergoeding, waardoor die beleggingsfondsen (aangeboden fondsklassen) veel duurder zijn dan de fondsen die in Nederland verkrijgbaar zijn. Dat verschil in kosten werkt door in het rendement en dat werkt weer door in de toewijzing van de Morningstar sterren.

In Nederland verkrijgbare fondsen hebben door hun forse kostenvoordeel ten opzichte van de rest van Europa een voorsprong. Het effect is na bijna twee jaar misschien nog beperkt, maar dat zal in de toekomst veranderen. Een structureel voordeel van 87 basispunten jaar op jaar resulteert namelijk in een groot verschil in rendement. Hierdoor is het aannemelijk dat de in Nederland verkrijgbare fondsklassen op termijn meer als 4 of 5 sterrenfondsen beoordeeld worden. Dit hoeft dan dus niet per se iets te zeggen over de kwaliteit van het gerealiseerde track record, omdat de fondsen worden afgezet tegenover veel duurdere fondsen uit de rest van Europa. Er treedt dus inflatie op in de sterrenbeoordeling van in Nederland verkrijgbare fondsen.

Om een zuivere vergelijking te maken zal een belegger een eigen vergelijkingsgroep moeten maken van vergelijkbare fondsen die in Nederland verkrijgbaar zijn en dus alleen het track record van fondsklassen moeten meenemen die vrij zijn van distributievergoeding. Pas dan wordt de echte kwaliteit van een track record zichtbaar.

 

 

 

Facebook Twitter LinkedIn

Over de auteur

Jeffrey Schumacher, CFA  is fondsanalist bij Morningstar Benelux

© Copyright 2024 Morningstar, Inc. Alle rechten voorbehouden.

Voorwaarden        Privacybeleid        Cookie Settings        Beleidsdocumenten