Waarom is een beursnotering krijgen zoveel werk?

De beurs is weer in trek bij bedrijven: dit jaar kregen al 23 bedrijven een beursnotering aan Euronext Amsterdam. Dat zijn er veel meer dan in de twee jaar ervoor en het jaar is nog niet voorbij. Van koudwatervrees vanwege de coronapandemie is allang geen sprake meer. Wat komt er kijken bij een beursgang voordat de notering een feit is?

Rentsje de Gruyter 14 december, 2021 | 9:51
Facebook Twitter LinkedIn

Ebusco listing Amsterdam

De notering van bussenbouwer Ebusco op 22 oktober 201 met een slag op de gong door CEO Peter Bijvelds. Foto: Euronext Amsterdam.

 

Wat hebben Ebusco, UMG, NX Filtration en Motork met elkaar gemeen? Al deze ondernemingen gingen afgelopen jaar in Amsterdam naar de beurs. Dat gebeurt dit jaar weer regelmatig, anders dan de twee jaar ervoor: 23 maal tot aan begin december. Een groot verschil met vorig jaar, toen slechts vier bedrijven een beursnotering kregen aan Euronext Amsterdam, en de vijf keer dat dit gebeurde in 2019.

Van koudwatervrees of terughoudendheid bij bedrijven om een beursnotering aan te vragen uit onzekerheid over de economische gevolgen van de coronapandemie, is geen sprake meer, bevestigt René van Vlerken, hoofd Beursnoteringen van Euronext Amsterdam.

Sterker nog, de reis- en contactbeperkingen als gevolg van corona hebben een voordeel opgeleverd. Doordat alle vergaderingen en afspraken digitaal plaatsvinden, verloopt het proces dat voorafgaat aan de beursgang sneller dan vóór de pandemie uitbrak, aldus Van Vlerken.

Populariteit SPACS groeit

Het magere aantal nieuwe noteringen in 2019 en 2020 is inclusief de dubbele noteringen (van bedrijven die tegelijkertijd op twee beurzen een notering krijgen) en beursgangen via een zogeheten SPAC. Zo’n Special Purpose Acquisition Vehicle wordt ook wel een beursvehikel of een lege beurshuls genoemd, waar een bedrijf ‘ingehangen’ kan worden. Zo kan het dan meeliften op een al bestaande notering. Dit jaar verliepen van de 23 beursgangen in Amsterdam er maar liefst 14 via een SPAC.

Het is geen wonder dat noteringen via een SPAC steeds populairder worden, want deze legale sluiproute scheelt ondernemingen veel tijd en rompslomp. Bedrijven die op eigen houtje naar de beurs gaan, moeten immers een heel proces doorlopen voor de gong op Beursplein 5 kan worden geluid; dat is het teken dat de notering een feit is en de handel in aandelen van het bewuste bedrijf aan Euronext Amsterdam van start gaat. Hoe ziet dat proces eruit?

 

Fase 1: de officiële aankondiging

Bij een ‘normale’ beursgang kun je grofweg vier fasen onderscheiden, waarvan de eerste officieel, voor de buitenwereld, begint met de bekendmaking – normaal gesproken door de bestuursvoorzitter – van de intentie om naar de beurs te gaan. De Intention to Float, heet dat in beursjargon.

Maar op het moment dat dit bericht de buitenwereld bereikt, heeft het bedrijf in kwestie allang belangrijke potentiële investeerders gepolst of ze belangstelling zouden hebben om aandelen te kopen bij een gang naar de beurs. Tijdens deze zogeheten Early Look Meetings praat een bedrijf met hen ‘op hoofdlijnen over de intentie om naar de beurs te gaan’, aldus Van Vlerken van Euronext.

In het pre-internettijdperk was het papieren prospectus belangrijk als marketinginstrument. Maar nu staat alle vereiste informatie natuurlijk ook keurig online, en bovendien maken de analisten van de banken die de beursgang begeleiden hun rapporten al openbaar voordat het prospectus verschijnt. Dat laatste gebeurt vaak pas twee weken voor de beursnotering een feit is.

Particuliere belegger in het nadeel
Particuliere beleggers hebben daar overigens vaak niet zoveel aan: bij de meeste beursgangen kunnen zij niet vooraf intekenen en krijgen alleen institutionele beleggers, zoals pensioenfondsen, banken of andere grote investeerders die kans. Dit tot ergernis van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB), de belangenvereniging van particuliere beleggers, die vindt dat zij zo benadeeld worden.

Dat dit in Nederland zo vaak de gang van zaken is, zou komen doordat het ter beurs gaande bedrijf dan flexibeler is nadat het zijn aanstaande beursgang heeft aangekondigd, legt Van Vlerken uit. Hoe korter de periode tussen die aankondiging en de daadwerkelijke beursgang, des te kleiner immers het zogeheten marktrisico is. Ofwel de kans op onverwachte tegenvallers, zoals negatieve ontwikkelingen in de (wereld)economie of politiek, waardoor investeerders die enthousiast waren cold feet krijgen en zich alsnog terugtrekken.

Soms ook kunnen particuliere beleggers zich al wél voor de beursgang inschrijven op aandelen, maar is zo’n hoge financiële drempel opgetrokken dat maar weinig mensen zich een inschrijving kunnen permitteren. Dat was bijvoorbeeld het geval bij de beursgang van het Twentse waterzuiveringsbedrijf NX Filtration op Euronext Amsterdam afgelopen juni. Beleggers moesten daar minimaal €100.000 inleggen om mee te kunnen doen.


Fase 2: prijsindicatie per aandeel

In de tweede fase van het proces dat voorafgaat aan een beursgang, maken de begeleidende banken bekend in welke bandbreedte de prijs per aandeel gaat vallen op het moment dat het bedrijf naar de beurs gaat. Ook hieraan gaat achter de schermen veel overleg vooraf met potentiële investeerders. Dat gebeurt onder andere naar aanleiding van de analistenrapporten, waar zij op reageren. Hun feedback bepaalt volgens hoofd Beursnoteringen Van Vlerken mede de bandbreedte van de prijs per aandeel.

Overigens wordt deze indicatie later in deze fase regelmatig weer aangepast; meestal wordt de bandbreedte tussen de laagste en hoogste prijs dan wat kleiner. Deze informatie is belangrijk, omdat beleggers er uit kunnen afleiden wat ongeveer de waarde is van het bewuste bedrijf.

Free float
Tegelijk met het afgeven van een bandbreedte voor de prijs wordt ook aangegeven hoeveel aandelen een onderneming vrij verhandelbaar maakt bij de beursgang, de zogeheten free float, en hoeveel in vaste handen komt of blijft. De aandelen die bij de beursgang genoteerd worden kunnen nieuw uitgegeven zijn, maar het kunnen ook bestaande aandelen zijn die door de eigenaar verkocht worden via het noteringsproces.

Bij veel beurzen geldt voor de free float een minimaal percentage, zoals in het Verenigd Koninkrijk. Daar geldt sinds kort bij een beursgang dat minimaal 10% van het totale aantal aandelen van een onderneming vrij verhandelbaar moet zijn.

Overigens waren de voorwaarden in het Verenigd Koninkrijk tot begin december nog een stuk strenger, met een minimale free float van 25%. Maar de Britse beurstoezichthouder FCA wil de beurs na alle brexitperikelen in de afgelopen jaren nu aantrekkelijker maken. ‘We moeten in actie komen om te voldoen aan de behoeften van een veranderende markt,’ zei Clare Cole, directeur markttoezicht bij de FCA, begin december tegen NRC.

Door de nieuwe regels kan een bedrijf in Londen nu bijvoorbeeld een kleiner belang naar de beurs brengen. Dat kan aantrekkelijk zijn ‘voor oprichters die wel toegang willen tot de kapitaalmarkt, maar die niet te veel macht uit handen willen geven,’ aldus NRC. Aan het Damrak, en op Amerikaanse beurzen zoals de NYSE, is een beursgang met zo’n beperkte hoeveelheid vrij verhandelbare aandelen al langer mogelijk. Zo stelt Euronext Amsterdam als ondergrens een free float van €5 miljoen, of meer dan 25% van de beurswaarde.

 

Een beursgang telt vier fasen. U las over de eerste twee, en later deze week volgt een tweede artikel met daarin een uiteenzetting over de fasen 3 en 4.

Facebook Twitter LinkedIn

Over de auteur

Rentsje de Gruyter  Rentsje de Gruyter schrijft freelance voor Morningstar Benelux.

© Copyright 2022 Morningstar, Inc. Alle rechten voorbehouden.

Voorwaarden        Privacybeleid        Cookie Settings