Inkomsten versus totaalrendement: waarom zou u kiezen?

Staar u niet blind op etiketten, de beste benadering combineert beide strategieën.

Christine Benz 03 januari, 2013 | 11:50
Facebook Twitter LinkedIn

Net zoals gekibbel tussen politieke partijen de effectiviteit van de overheid kan hinderen, zijn beleggingsabsolutisten in staat om een productief beleggingsdebat te laten ontsporen. Morningstar's president of fundresearch Don Phillips heeft dit fenomeen al eens besproken in de discussie tussen indexfondsen en actief beheerde beleggingsfondsen en stelde vast dat extremisten aan beide zijden van het debat routinematig legitieme gegevens negeren, gewoon omdat deze hun standpunten niet onderbouwen.

Niet zo verschillend als u denkt
Ik heb de laatste tijd gemerkt dat ditzelfde absolutisme ook voorkomt in een ander groot beleggingsdebat: of het bij het beheer van een beleggingsportefeuille beter is om te streven naar inkomsten (income; dividend en rente) of naar totaalrendement (total return; naast dividend en rente ook koerswinst). Zelfs het geringste goedkeurende knikje in de richting van de totaalrendementbenadering lijkt genoeg om de woede van de onvoorwaardelijke inkomstenvoorstanders op te wekken.

Dat is best frustrerend, want als je beide benaderingen onderzoekt wordt duidelijk dat ze helemaal geen tegengestelden van elkaar zijn. Door in een semantische discussie te verzanden ben ik bang dat sommige beleggers het grote plaatje wel eens uit het oog kunnen verliezen.

Ten eerste is er niemand die zegt dat het genereren van inkomsten voor elke belegger geen belangrijk doel zou moeten zijn. Dat is tenslotte één van twee belangrijke componenten van de totaalrendementsaanpak (naast koersstijging). Dus wanneer ik een totaalrendementsbenadering aanbeveel, dan zeg ik niet dat u zich exclusief moet storten op effecten met groeipotentieel.

Effecten die inkomsten opleveren -of dat nu obligaties of dividendaandelen zijn- zouden duidelijk een belangrijk onderdeel van het basispakket van elke belegger moeten uitmaken. Ook zouden ze naarmate we ouder worden een procentueel groter deel van onze portefeuilles moeten vertegenwoordigen. Vanuit een praktisch standpunt kunnen inkomsten ook een buffer vertegenwoordigen die de verliezen enigszins opvangt bij een daling van de markt.

Wat een andere grote ideologische kloof tussen de inkomstenvoorstanders en de totaalrendementsvoorstanders lijkt te zijn - het al dan niet aan de hoofdsom komen- vertegenwoordigt helemaal niet zo'n groot verschil. Het doel voor veel inkomstenbeleggers is weliswaar om hun hoofdsom ongemoeid te laten en uitgaven veelal te financieren met de inkomsten die door hun portefeuille wordt gegenereerd.

Totaalrendementsbeleggers vermijden daarentegen niet bewust het gebruik van hun kapitaal om te voorzien in hun kosten voor levensonderhoud. Maar dat betekent niet dat totaalrendementsbeleggers verkiezen om onbezorgd hun kapitaal op te nemen tot het volledig op is. Het doel van de totaalrendementsstrategie is veeleer de totale portemonnee te laten groeien door een gediversifieerde mand van beleggingen te handhaven waarvan er sommige dividend en rente opleveren en sommige zullen bijdragen tot de winst door in koers te stijgen en sommige die dat allebei doen. (Het is niet voor niets dat Bill Gross zijn bekende fonds PIMCO Total Return noemt en niet PIMCO Income, waarna iedereen het hem wilde nadoen.)

Al bij al bespreken we in feite een verschil in logistiek - hoe haalt u kapitaal uit uw portefeuille - en niet zozeer een groot ideologisch verschil. De globale doelen van het laten groeien en het handhaven van een portefeuille zijn dezelfde voor zowel inkomsten- als totaalrendementsbeleggers.

Combinatie van beide
Uiteindelijk is het beste antwoord voor de meeste beleggers volgens mij om voldoende aandacht te besteden aan het inkomstenpotentieel van effecten, maar dan wel binnen een totaalrendementskader. Als beleggers beide benaderingen combineren, dan kunnen ze profiteren van de stabiliteit van inkomstengenererende effecten, zonder diversificatie te hoeven opofferen of effecten na te jagen die achteraf valkuulen voor de opbrengs blijken te zijn.

Een totaalrendementsbenadering heeft dan weer voordelen die niet zo makkelijk toegankelijk zijn voor beleggers die zich uitsluitend op inkomsten richten. Het is belangrijk om te kunnen diversifiëren over meer effectentypen dan die waarvoor beleggers van nature interesse tonen als ze zich toespitsen op de lopende inkomsten die een effect genereert.

Obligaties van hoge kwaliteit en contanten zijn daarvan op dit moment een uitstekend voorbeeld. Er kan moeilijk worden gezegd dat hun opbrengsten interessant zijn, en voor obligaties gelden er op langere termijn vooruitzichten van hogere rentevoeten. Maar zoals ruim geïllustreerd werd door de uitverkoop op de markt in de tweede helft van 2011, kunnen dergelijke effecten een waardevolle stabiliteit bieden in een periode waarin aandelen - en ja, ook dividendaandelen - instorten. Hetzelfde geldt voor small-caps en groeiaandelen. Veel van dergelijke aandelen keren weliswaar geen dividenden uit, maar toch kunnen ze stabiliteit aan het rendementen verlenen in een portefeuille met kernposities in kwaliteitsvolle dividendbetalers.

Inkomstengenererende aandelen opnemen binnen een totaalrendementsstrategie heeft nog een aantal andere belangrijke gunstige neveneffecten. Eén daarvan is fiscaal management: Een focus op het totaalrendement geeft beleggers meer controle over wanneer zij inkomsten uit hun portefeuilles willen oogsten en waar die inkomsten vandaan komen - een bijzonder belangrijke overweging voor beleggers met aanzienlijke activa in hun belastbare portefeuilles.

Een ander voordeel van een strategie die inkomsten en totaalrendement met elkaar combineert, is de mogelijkheid om strategisch te beslissen over welke activa er worden verzilverd om aan inkomstenbehoeften te voldoen. Een gepensioneerde kiest er misschien voor om zijn inkomstenmandje op te vullen met dividenden of obligatie-inkomsten, maar hij zou ook de opbrengsten uit een herschikking of een fiscaal verrekenbaar verlies als gevolg van de verkoop van effecten kunnen gebruiken.

De conclusie? Weersta de drang om uzelf in te delen als inkomstenbelegger of totaalrendementsbelegger. Voor een gezonde en stabiele portefeuille is het beste antwoord een combinatie van beide.


Meer over portefeuillebeheer
Een check-up van uw beleggingsportefeuille in 5 stappen

Facebook Twitter LinkedIn

Over de auteur

Christine Benz  is Morningstar's director of personal finance and author of 30-Minute Money Solutions: A Step-by-Step Guide to Managing Your Finances and the Morningstar Guide to Mutual Funds: 5-Star Strategies for Success. Follow Christine on Twitter: @christine_benz and on Facebook.

© Copyright 2024 Morningstar, Inc. Alle rechten voorbehouden.

Voorwaarden        Privacybeleid        Cookie Settings        Beleidsdocumenten