Waarom lithium ook wel ‘het witte goud’ heet

De prijs van lithium ligt nu maar liefst tien keer zo hoog als anderhalf jaar geleden. De vraag naar het metaal is zo groot omdat je het nodig hebt voor de oplaadbare batterijen van elektrische auto’s. Korte analyse van vier grote beursgenoteerde lithiumproducenten: Lithium Americas, SQM, Albemarle en Livent.

Rentsje de Gruyter 11 juli, 2022 | 10:11
Facebook Twitter LinkedIn

SQM lithium production

Een productiefaciliteit van SQM. Foto: SQM

Een almaar grotere vraag en een beperkt aantal landen waar lithium in de bodem zit: ziehier de profijtelijke situatie waarin mijnbouwbedrijven verkeren die lithium uit (zout)bronnen of rotsformaties winnen. Vooral de immer toenemende populariteit van elektrische auto’s, waarvan de oplaadbare batterijen vaak op lithium werken, wakkert de vraag aan.

Zo is verklaarbaar waarom de prijs van lithium de afgelopen anderhalf jaar tien keer over de kop ging en nu $73.000 (omgerekend ook ongeveer €73.000) per ton (oftewel 1.000 kilo) bedraagt bij onmiddellijke levering. Wie het alkalimetaal, ook wel ‘het witte goud’ genoemd, via een termijncontract koopt, kan natuurlijk wel goedkoper uit zijn. Dan geldt immers dat koper en verkoper al een bepaalde prijs voor een specifieke datum in de toekomst hebben afgesproken.

Omgekeerd geldt ook dat the good times are just getting started voor de voornaamste beursgenoteerde lithiumproducenten, schrijft aandelenanalist Seth Goldstein van Morningstar in een recente update over deze business, die vooral plaatsvindt in Australië, Chili en China (en een beetje in de Verenigde Staten, in Californië). Zeker als je bedenkt dat de productiekosten van lithium $12.000 per ton bedragen en de prijs volgens Goldstein tot 2030 naar schatting gemiddeld tussen de $30.000 en $40.000 zal uitkomen.

 

Lithium Americas: Morningstars favoriet

Maar op welk van de vier grote beursgenoteerde lithiumproducent kun je als particuliere belegger nou het beste inzetten: op Lithium Americas, SQM, Albemarle of Livent? Morningstar-analist Goldstein raadt beleggers die willen meeliften op de stijgende lithiumprijs als eerste Lithium Americas (LAC) aan. Deze onderneming is nu hard aan het werk om drie locaties gereed te maken voor productie: twee in Argentinië en één in de Verenigde Staten (in Nevada).

Verwacht wordt dat de eerste lithium eind dit jaar gedolven wordt uit een van de twee zoutmeren in Argentinië, Cauchari-Olaroz geheten. Over een jaar of drie volgt dan als alles volgens plan loopt lithiumproductie uit klei op de locatie in Nevada, Thacker Pass genaamd, en aan het eind van dit decennium lithium uit het tweede Argentijnse zoutmeer, Pastos Grandes.

Beleggers moeten dus nog wel even geduld hebben voor de productie daadwerkelijk begint, maar volgens Goldstein is dat het wachten waard. In de huidige beurskoers is volgens de analist namelijk nog niet verwerkt dat de totale productie op twee van de drie locaties naar schatting bijna tweeënhalf keer zo hoog gaat uitvallen dan waar de directie van Lithium Americas oorspronkelijk op mikte.

Gevolg daarvan is dat het aandeel op het moment zwaar ondergewaardeerd is. De hoofdnotering van Lithium Americas is in Canada, aan de beurs van Toronto, maar voor beleggers buiten Canada kan de ADR-notering aan de NYSE (ticker code is eveneens LAC) makkelijker zijn om in te handelen. Van dat aandeel dat noteert in Amerikaanse dollars bedraagt de reële waarde (Fair Value) volgens Goldstein $65 (omgerekend circa €64,20) per aandeel, terwijl de koers rond de $20 ligt – circa 65% onder zijn waarde dus.

Zonder risico is beleggen in deze lithiumproducent niet: in dit geval is er bijvoorbeeld sprake van een rechtszaak die is aangespannen tegen de vergunning die de Amerikaanse federale overheid heeft verleend voor de exploratie in Nevada. Maar gezien de uitkomst van soortgelijke, eerdere zaken denkt Goldstein dat Lithium Americas die rechtszaak zal winnen – al kan het natuurlijk wel voor vertraging zorgen.

lithium 1

 

SQM: zoutmeer als melkkoe

En hoe staat de zaken ervoor bij SQM (SQM), de grote Chileense grondstoffenproducent, die naast lithium ook jodium en nitraat wint (nodig voor hoogwaardige kunstmest) en bijvoorbeeld ook zogeheten caliche erts (verkalkte erts). Als eerste valt op dat het aandeel Societdad Quimica y Minera de Chile, zoals het concern voluit heet, al behoorlijk geprofiteerd heeft van de hoge grondstofprijzen. Stond de koers begin juni vorig jaar nog rond de $43, nu ruim boven de $80. Ook de Fair Value die Morningstar toekent aan het aandeel steeg in die periode hard: van $58 naar $115 nu.

Dat is niet zo raar: SQM is nu eenmaal een van de grootste lithiumproducenten ter wereld, dankzij haar exploitatie van het Chileense zoutmeer Salar de Atacama, dat de hoogste concentratie lithium bevat ter wereld. Daar komt nog bij dat het concern de productie van lithium steeds verder uitbreidt. Deelde de directie vorig jaar nog mee dat het die voor eind 2022 zou verhogen tot 180.000 ton, nu zijn er plannen voor uitbreiding naar 250.000 ton. Eerder schreven we al over de uitbreidingsplannen van SQM; dat leest u hier.

Tot slot heeft SQM ook nog een joint venture met Wesfarmers voor de exploitatie van lithium in Australië. Die samenwerking zal naar Morningstar verwacht over een jaar of drie ook tot productie leiden, terwijl de exploitatiekosten relatief laag liggen.

Dat laatste geldt trouwens ook voor SQM’s kroonjuweel, zoutmijn Salar de Atacama: dankzij het zeer droge klimaat en de hoge concentratie lithium kan SQM hier het alkalimetaal tegen de laagste kosten winnen. En analist Goldstein is ook optimistisch dat de licentie van SQM voor lithiumwinning uit het zoutmeer, die tot 2030 loopt, daarna verlengd zal worden door de Chileense regering.

 

Albemarle: grootste lithiumproducent ter wereld

Een andere lithiumexploitant die op de beurs behoorlijk zwaar ondergewaardeerd is, is Albemarle (ALB), de grootste producent van dit metaal ter wereld. Het haalt lithium uit zowel ertslagen van pekelzout in Chili en de Verenigde Staten als uit mijnen in Australië. Daarnaast produceert het ook broom, een stof die gebruikt wordt om materialen brandwerend te maken. Albemarles prijs per aandeel ligt rond de $209, versus een reële waarde (Fair Value) van $320.

Albemarle verdient ruim de helft van de winst die wereldwijd wordt gegenereerd met de exploitatie van lithium. En het ziet er niet naar uit dat dit zal veranderen, gezien zijn expansieplannen. Zo wil de directie van Albemarle de productie uitbreiden van 88.000 ton vorig jaar naar meer dan 450.000 ton in de komende tien jaar.

Die enorme sprong denkt het mede te kunnen maken met behulp van zijn 60%-belang in de Australische mijn Wodgina en de recente acquisitie van gebied in China. Op de laatste locatie wil het spodumene gaan winnen, een vorm van sterk geconcentreerde lithium, die Albemarle ook in Australië uit rotssteen haalt.

 

Livent: hogere productie

Tot slot behoeft Livent (LTHM) aandacht, de lithiumproducent die ontstond toen FMC eind 2018 zijn lithiumbusiness afsplitste. Ook bij deze speler is sprake van onderwaardering: tegenover een koers eind juni van rond de $22 à $23 staat volgens Morningstar-analist Goldstein een Fair Value van $38 per aandeel (omgerekend circa €37,50). Zijn activiteiten spelen zich af in zowel Argentinië, de Verenigde Staten, China en Canada (in Quebec).

lithium 2

 

Net als SQM en Albemarle heeft Livent grootse plannen om zijn productie op te schroeven: zo wil het bijvoorbeeld in Argentinië de productiecapaciteit vóór 2030 vergroten naar 100.000 ton per jaar. Ter vergelijking: in 2020 was dit nog 20.000 ton.

Daarbij kan het zich – afhankelijk van de markt – zowel op de productie van lithiumcarbonaat als op lithiumhydroxide richten. De laatste stof is een derivaat van lithiumcarbonaat en kan ook uit spodumene worden gehaald, die zeer geconcentreerde vorm van lithium. Voor lithiumhydroxide geldt dat het een duurder product is, waar Livent dus meer winst op kan maken, maar de productiekosten ervan liggen wel hoger dan bij lithiumcarbonaat.

Overigens verwacht analist Goldstein dat ook de prijs van lithiumcarbonaat voorlopig zal blijven stijgen, omdat de vraag ernaar veel groter is dan het aanbod. Lag de prijs per ton vorig jaar op $16.400, nu is dat maar liefst $73.500 en Morningstar verwacht dat de gemiddelde prijs in 2023 zal uitkomen op $70.000.

 

Facebook Twitter LinkedIn

Over de auteur

Rentsje de Gruyter  Rentsje de Gruyter schrijft freelance voor Morningstar Benelux.

© Copyright 2022 Morningstar, Inc. Alle rechten voorbehouden.

Voorwaarden        Privacybeleid        Cookie Settings