In deze eerste editie - van wat later een traditie zou worden – analyseerden wij als economen van de bank wat de economische impact zou zijn van het Europees Kampioenschap voetbal (EURO 2000) op de toenmalige organiserende landen Nederland en België. Daarnaast wilden we ook weten welk land vanuit economisch oogpunt het beste kon winnen.
- De uitgaven aan alcoholische versnaperingen in het tweede kwartaal met 5,1 procent waren gestegen ten opzichte van het jaar ervoor, terwijl dit voor het gehele jaar gemiddeld 3,3 procent hoger was
- De uitgaven aan sportartikelen waren aanzienlijk hoger
- De verkoop van elektrische apparaten als tv’s en radio’s nam fors toe in de tweede helft van 1995 en begin 1996, om na het EK weer hard terug te vallen.
- Uitgaven aan constructiewerkzaamheden tussen begin 1996 en 1998 fors toenamen, mede door de bouw van het Stade de France. Dit stadion kostte EUR 800 miljoen en leverde circa 3000 banen op
- Ook in Frankrijk stegen de uitgaven aan elektrische apparaten en sportartikelen fors
- Verder was er een duidelijk effect zichtbaar op de prijzen van hotelkamers, wat de Fransen ook weer extra geld opleverde
Resteert de vraag of één van de kernlanden (Duitsland, Frankrijk of Nederland) moet winnen of één van de perifere landen. De periferie is al hevig besmet geraakt en er zijn allerlei crisismaatregelen geïntroduceerd ter ondersteuning van de periferie. Wij achten het voorkomen van serieuze besmetting naar de kernlanden essentieel. Van de deelnemende kernlanden ligt Frankrijk het dichtst bij de vuurlinie. Aangenomen dat EK-winst een vertrouwensimpuls geeft, kan Frankrijk het beste winnen".








