Lyxor ETF Eastern Europe A

De drie grootste Oostblok economieën samen in een ETF. Hoe doen Polen, Tsjechie en Hongarije het?

Alan Ramaldini, 16 juni, 2011 | 14:13

Geschiktheid

Het Lyxor Eastern Europe A ETF is het meest geschikt als tactisch hulpmiddel om een blootstelling aan de ontwikkelingsmarkten van Europa te verkrijgen. Het ETF biedt een blootstelling aan drie van de grootste Oost-Europese economieën: Polen, Tsjechië en Hongarije. Via het aanbod van Lyxor kan er een meer gerichte positie worden ingenomen in vergelijking met bepaalde andere ETF's die Oost-Europese aandelen volgen en die vaak Russische aandelen omvatten.

Helaas kan het gebruik van dit ETF als kernparticipatie in een portefeuille historisch gezien nauwelijks worden gerechtvaardigd, aangezien het slechts geringe diversificatievoordelen biedt in combinatie met een bestaande portefeuille van aandelen uit ontwikkelde Europese markten. De correlatie over vijf jaar tussen het Lyxor ETF en de Euro STOXX 50-index is 0,82. Ook is de correlatie van het fonds niet veel lager ten opzichte van de MSCI EM-index, wellicht de meest populaire maatstaf voor de prestaties van wereldwijde opkomende markten.

Overzicht

Waar de ontwikkelde aandelenmarkten te lijden hadden van een 'verloren' decennium, bleken de opkomende markten van Oost-Europa een uitzondering. Dividenden niet meegerekend - steeg de CECE Composite-index uitgedrukt in euro meer dan 150% sinds begin 2003, ondanks de daling van meer dan 50% in 2008. De voortschrijdende gemiddelde standaardafwijking over drie jaar van de Composite bedroeg 37% eind 2010.

De volatiliteit zal wellicht ook het volgende decennium voortduren door de aanhoudende ontwikkelingen binnen deze landen. Met liberalisering, investeringen in de infrastructuur en de toename tot toegang tot buitenlandse markten (mogelijk via toetreding tot de Europese Monetaire Unie), is groei er wellicht eenvoudiger te verwezenlijken dan in de ontwikkelde markten van West-Europa, die geteisterd worden door hoge overheidsschulden en -tekorten.

Tsjechië heeft de grootste voorsprong in de overgang naar een geïndustrialiseerde markteconomie. Het BBP per hoofd van de bevolking is er al hoger dan 80% van het EU-gemiddelde. Duitsland is met meer dan 30% de grootste handelspartner van het exportland. Door de exportafhankelijkheid is de economie gevoeliger voor een tragere groei onder zijn -grotendeels EU-lidstaten- handelspartners.

Polen heeft met zijn grote bevolking het hoogste BBP van de drie landen die in de CECE-index worden vertegenwoordigd. Het land is ook een van de snelst groeiende lidstaten van de EU. In 2009 is het erin geslaagd een recessie te vermijden, in tegenstelling tot de meeste van zijn buurlanden. De economie kan echter nog niet volledig gemoderniseerd worden beschouwd. De benutting van het arbeidspotentieel is er het laagst van de hele EU. Ook de landbouwsector heeft een lage productiviteit. De sector stelt 16% van de actieve bevolking te werk, maar levert een bijdrage aan het BBP van minder dan 4%.

Hongarije is het meest getroffen door de financiële crisis van 2008. Het land kreeg van het IMF een reddingspakket van USD 25 miljard om zijn wankele balans te herstellen. De problemen in verband met de overheidsschuld troffen ook de consument, aangezien het grootste deel van de hypotheken en consumentenkredieten in Hongarije waren uitgedrukt in euro of Zwitserse frank. De scherpe daling van de forint diende bijgevolg om de schuldniveaus van de consumenten te verhogen. Net als Polen is Hongarije in aanzienlijke mate afhankelijk van buitenlandse energiebronnen (o.a. Russisch aardgas). De afhankelijkheid van Rusland voor zijn energiebehoeften kan schadelijk zijn voor het rendement van indexondernemingen. Hogere prijzen of een beperkter aanbod van aardgas zouden het binnenlandse verbruik onder druk kunnen zetten en ertoe leiden dat exporteurs marktaandeel verliezen.

De potentiële toetreding tot de EMU van Tsjechië, Hongarije en Polen brengt nog meer onzekerheid met zich mee. De landen zijn verplicht toe te treden zodra zij voldoen aan de criteria voor lidmaatschap en twee jaar deel uitmaken van het Europese Wisselkoersmechanisme. De belangrijkste criteria voor toetreding zijn het voldoen aan streefdoelen voor inflatie, rente, schuld en overheidstekort. De financiële crisis van 2008 heeft de datum voor de toetreding tot de eurozone uitgesteld tot minstens 2015. Enige beroering zou de toetreding onbepaalde tijd kunnen uitstellen.

 

ConstructieVanDeIndex

De CECE (Central European Clearing House and Exchanges) price return-index is gecreëerd als een vertegenwoordiger voor Centraal-Europese bluechipaandelen. Hij is samengesteld uit drie afzonderlijke landenindices die bestaan uit ondernemingen die genoteerd zijn op aandelenbeurzen in Polen, Tsjechië en Hongarije. Om door het CECE Committee te worden geselecteerd voor opname, moeten componenten voldoen aan specifieke criteria die gebaseerd zijn op hun omvang, liquiditeit, de mate waarin ze representatief zijn voor hun sector en marktrente. De index wordt gewogen op basis van de marktkapitalisatie aangepast aan het aantal vrij verhandelbare aandelen, waarbij elke afzonderlijke component een maximale weging van 20 % mag hebben. Omdat er bij bedrijven die zelf een groot deel van hun aandelen houden een kleiner deel van hun totale marktkapitalisatie vrij beschikbaar is op openbare beurzen, is de aanpassing aan de free float bedoeld om ervoor te zorgen dat de onderliggende liquiditeit van de participaties beter is in verhouding tot een weging louter op basis van marktkapitalisatie. Op het tijdstip van dit verslag heeft de CECE 31 componenten. De index wordt gedomineerd door Poolse aandelen, die meer dan 60 % van de waarde van de index vertegenwoordigen. Ook heeft de index een aanzienlijke positie in financiële diensten, goed voor bijna de helft van de index. De tien grootste participaties vertegenwoordigen meer dan twee derde van de waarde van de index.

ConstructieVanHetProduct

Dit ETF maakt gebruik van op swaps gebaseerde replicatie om het rendement van de CECE-index te volgen. In plaats van posities te nemen in de eigenlijke effecten van de index, zoals bij een ETF dat fysieke replicatie hanteert, houdt het fonds een korf van effecten aan die al dan niet overeenstemmen met de index. In dit geval is de vervangende korf samengesteld uit Europese aandelen. Lyxor gaat vervolgens een OTC-swap aan waarbij het rendement van deze korf geruild wordt voor het rendement van de referentie-index. Hoewel Lyxor voor zijn swaps offertes moet aanvragen bij derde partijen, is de tegenpartij van de swap meestal Société Générale, de moederbank van Lyxor. Als Lyxor een swapcontract afsluit met een externe partij, dan wordt de swap door Société Générale gewaarborgd, wat beleggers een extra beschermingsniveau biedt. Volgens de ICBE-richtlijn moet de blootstelling aan één enkele tegenpartij beperkt zijn tot 10 % van de netto-inventariswaarde (NIW) van het fonds, maar Lyxor stelt de swaps doorgaans opnieuw in wanneer de blootstelling van het fonds een niveau van 5 tot 7 % van de NIW van het fonds bereikt, of wanneer er op het niveau van het fonds nieuwe deelbewijzen worden uitgegeven of deelbewijzen worden teruggekocht. Lyxor maakt voor zijn ETF's geen gebruik van effectenleningen. Het ETF keert jaarlijks dividenden uit. Als de referentie-index in de periode tussen het tijdstip waarop het fonds dividenden ontvangt en de datum waarop het de dividenden uitkeert, een hogere stijging of daling vertoont dan de gerealiseerde rendementen op contanten, dan leidt dit tot 'cash drag', een mogelijke bron van tracking error. Het ETF is in Frankrijk gevestigd en wordt in euro verhandeld op de Deutsche Börse, Euronext Paris, Bolsa de Madrid, Wiener Börse, SIX Swiss Exchange en Borsa Italiana.

Kosten

Dit ETF heeft een totale kostenratio (total expense ratio - TER) van 0,50 %. Dit is bijna de laagste TER van alle ETF's die Oost-Europese aandelen volgen.

Alternatieven

Hoewel er geen andere ETF's zijn die de CECE-index volgen, zijn er wel andere ETF-opties om een blootstelling aan Oost-Europese aandelen te verkrijgen. Met een TER van 0,45 % kan het MSCI Eastern Europe ex-Russia ETF van Amundi bogen op de laagste TER in de categorie. Het wordt verhandeld op de Deutsche Börse, Euronext Paris en Borsa Italiana. De index heeft een geringere blootstelling aan financiële waarden (weging van 30 % ten opzichte van 50 % voor de CECE), maar heeft een grotere positie in Poolse aandelen (78 % ten opzichte van 62 %). STOXX Europe EU Enlarged 15 van iShares is bijzonder vergelijkbaar met deze andere twee ETF's, aangezien Poolse, Tsjechische en Hongaarse ondernemingen domineren, hoewel het maar half zoveel totale aandelen heeft, wat leidt tot een groter aandelenspecifiek risico en een zelfs nog grotere concentratie in de tien grootste participaties van meer dan 80 %. Het heeft een TER van 0,52 % en wordt verhandeld op de Deutsche Börse, Euronext Paris, Borsa Italiana en Wiener Börse.

Voor beleggers die Russische aandelen willen opnemen in hun blootstelling, wordt het MSCI Eastern Europe ETF van ComStage verhandeld op de Deutsche Börse, SIX Swiss Exchange en Wiener Börse. Het fonds brengt een TER van 0,60 % in rekening. Hoewel de index Tsjechische, Hongaarse en Poolse aandelen omvat, vertegenwoordigen Russische aandelen meer dan 70 % van het totaal. Deze index heeft een grotere positie in de energiesector (47 %) en een geringere positie in financiële waarden (28 %) in verhouding tot de eerder vermelde versie zonder Rusland.

  • Nederland – België: 1-0 Nederland – België: 1-0

    In welk land zijn fondsbeleggers het beste af? Wat betreft belastingen scoort België goed, maar v...

  • Analyse aandeel Sysco Analyse aandeel Sysco

    The shares of Sysco strike us as tasty. In our view, the market is too hung up on food inflation ...