Lage kosten zijn de slimste belegging

Controleer wat u controleren kunt: betaal niet te veel, zo houdt u meer over aan het eind.

Ben Johnson 08 februari, 2010 | 12:01

Neem het roer in handen
Als belegger had u niets kunnen doen om de dotcom bubbel eind jaren '90 of de val van Lehman Brothers te voorkomen. De val en opleving van de aandelenmarkten die erop volgden, vielen eveneens buiten uw invloedsfeer (u kon in het beste geval tabletjes nemen om de gevolgen voor uw maag te beperken). En hoewel u de beurzen en gebeurtenissen die de beurzen in de toekomst zullen beïnvloeden evenmin kunt controleren, kunt u wel iets doen aan de prijs die u betaalt om op die markten te beleggen. Het minimaliseren van de kosten blijkt zelfs een van de efficiëntste manieren om op langere termijn beter te presteren dan het gemiddelde beleggingsfonds. En het mooie is, dat u meer controle over de kosten heeft dan over elk ander aspect van het beleggen.

De kostenstructuur bij vermogensbeheer vloekt met elke conventionele economische logica. Van een Ferrari mag u verwachten dat hij beter presteert dan een Peugeot, maar een duur fonds hoeft het niet per se beter te doen dan een goedkoop fonds. Als u twee beleggingsmogelijkheden heeft, de ene met een jaarlijkse kostenratio van 1,5 procent en de ander met 0,25 procent, dan weet u slechts een ding zeker: u zult 1,25 procentpunt meer betalen als u in de eerste optie belegt.

Vrijwel elke studie van beleggingsfondsen die Morningstar heeft gezien, toont aan dat fondsen die meer kosten aanrekenen meestal minder goed presteren dan fondsen met lagere kosten. De kostenratio van een fonds blijkt zelfs de beste voorspeller van zijn toekomstige prestaties, beter dan de prestaties in het verleden en zelfs beter dan de Morningstar sterrenrating (hoewel het gebruik van lage kosten samen met onze sterrenrating een sterke combinatie geeft). De fondsen met de laagste kosten hebben altijd beter gepresteerd dan hun duurdere collega's. De aard van de beleggingen - aandelen of vastrentende waarden, kleine of grote kapitalisaties - en de geografie maken daarbij geen enkel verschil.

ETFs zijn de top als het op lage kosten aankomt
Een van de aantrekkelijkste kenmerken van exchange-traded funds (ETFs) is hun lage kostenratio. De gemiddelde totale kostenratio (total expense ratio of TER) van een Europese ETF dat belegt in aandelen is 0,37 procent, dus minder dan de helft van de jaarlijkse kosten van het gemiddelde indexfonds dat aandelen aanhoudt (0,87 procent) en ongeveer een vijfde van de kosten van het gemiddelde actief beheerde aandelenbeleggingsfonds (1,75 procent). De kostenverschillen zijn al op het eerste gezicht de moeite waard. Op lange termijn worden ze dat nog veel meer. Laten we deze drie gemiddelden gebruiken om de voordelen van lage kosten op een grote tijdshorizon te bekijken.

Veronderstel dat we 10.000 euro beleggen in drie afzonderlijke beleggingsinstrumenten: een ETF met een gemiddelde totale kostenratio van 0,37 procent, een indexfonds met een gemiddelde kostenratio van 0,87 procent en een actief beheerd beleggingsfonds dat een gemiddelde kostenratio van 1,75 procent berekent. Om het eenvoudig te houden negeren we voorlopig de transactiekosten (commissielonen, verkoopkosten enzovoorts) en de belastingen. We gaan er bovendien van uit dat elke portefeuille in de tien volgende jaren een identiek jaarrendement van 8 procent voor aftrek van de kosten opbrengt. Op het einde van het decennium zal de waarde van de ETF-portefeuille gegroeid zijn tot 20,861 euro. De portefeuille van het indexfonds (19.912 euro) zal 4,5 procent minder waard zijn dan die van het ETF. En het actief beheerde beleggingsfonds (18.335 euro) zal 12 procent minder waard zijn dan het ETF.

Deze kloof tussen de rendementen als gevolg van de kostenverschillen zal met de tijd nog groter worden. Met dezelfde aannamen voor het rendement en de kosten, zal de totale waarde van het ETF, het indexfonds en het actief beheerde beleggingsfonds na dertig jaar respectievelijk 90.782, 78.947 en 61.641 eurobedragen! Na die drie decennia is het duurdere actief beheerde fonds, ook al boekt het een identiek rendement voor de aftrek van de kosten, een indrukwekkende 32 procent minder waard dan de goedkope ETF-portefeuille.

Het is dus vanzelfsprekend dat enige vorm van kostenbeheersing wonderen kan doen om het rendement te verbeteren. Aangezien de actiefste beheerders geneigd zijn om op langere termijn onder hun benchmark te presteren, is het volgen van een indexrendement door middel van een goedkope ETF nog aantrekkelijker voor beleggers die ver vooruit kijken.

Over de auteur

Ben Johnson  Ben Johnson is Morningstar’s Director of European ETF Research.