Aphilion Q² Equities

Kwantitatieve modellen liggen in tijden van beurscrisis vaak onder vuur.

Pieter Bailleul 09 februari, 2009 | 20:51
Aphilion Q² Equities wordt beheerd door Nico Goethals en Jan Holvoet. Beide fondsmanagers zijn afkomstig van KBC Asset Management en startten in 2001 met de ontwikkeling van een eigen kwantitatief model voor de selectie van Amerikaanse en Europese aandelen. Doorheen de jaren werden er bijkomende modellen gecreëerd om ook aan de specifieke vereisten van andere markten zoals die van Japan en de Scandinavische landen te voldoen.

Het management maakt een initiële selectie van de 4000 grootste aandelen uit Europa, Amerika en Japan. Deze selectie gebeurt op basis van de marktkapitalisatie van elk aandeel. Vervolgens wordt aan de hand van computermodellen bepaald welke aandelen uit deze selectie sterk ondergewaardeerd zijn. De modellen zijn gebaseerd op een fundamentele bottom-up benadering waarbij rekening wordt gehouden met de marktconsensus, hoofdzakelijk gebaseerd op de winstverwachtingen van externe analisten. De theorie achter het fonds is dat door de marktconsensus uit de prijs te filteren, enkel de marktwaardering overblijft en zo bepaald kan worden of een aandeel al dan niet ondergewaardeerd is.

Op basis van de output van de computermodellen wordt een handmatige controle uitgevoerd om te kijken of de cijfers waarop de modellen zich gebaseerd hebben correct en relevant zijn. Dit is erg belangrijk aangezien het vaak enkele dagen duurt voordat alle informatie opgenomen is in de verschillende databanken die gebruikt worden door de computermodellen.

Deze extra controle zorgt ervoor dat de modellen gevrijwaard blijven van problemen als gevolg van de fluctuaties die gepaard gaan met sterke verschuivingen op de financiële markten. De persoonlijke invulling van beide beheerders zorgt hierbij voor een belangrijk opvangnet wat volledig geautomatiseerde modellen vaak niet hebben.

Aphilion Q² Equities startte in 2001 met 30 aandelen in de portefeuille. Momenteel is dit aantal gegroeid tot 70. Om de soepelheid te behouden, geeft het management duidelijk aan het aantal posities rond 70 te willen houden. Dagelijks laat het management de modellen lopen en op basis hiervan worden vervolgens bepaalde aandelen aan- en verkocht. Hoewel door de fundamentele analyse ervan uitgegaan wordt dat de aandelen die in de portefeuille opgenomen werden, voor de lange termijn in de portefeuille blijven, kunnen veranderingen in de markt ervoor zorgen dat posities op korte termijn verlaten worden omdat ze minder aantrekkelijk blijken.

De gehanteerde regionale verdeling wordt hoofdzakelijk bepaald door de index MSCI World en de kwaliteit van de modellen. Aangezien de modellen voor Europa beter zijn ontwikkeld, is er een overweging in Europa. Daarnaast zijn markten zoals Canada en Hongkong onderwogen ten opzichte van de benchmark van het fonds.

Bij de selectie van individuele aandelen krijgen alle aandelen die gunstig uit de modellen komen, een gelijke weging in de portefeuille. Uit elke sector worden de best geprijsde aandelen geselecteerd. Daarnaast wordt momenteel duidelijk gekozen om, in navolging van de kredietcrisis, geen Amerikaanse banken op te nemen in de portefeuille.

Het totale kostenpercentage, de totale kosten gedeeld door de totale activa van het fonds, ligt over 2007-2008 op 1,79%. In dit kostenpercentage zitten de managementfee van 1,50% en de overige kosten zoals administratiekosten en bewaarloon. Met name de managementfee is bovengemiddeld.

Het fonds kent ook een variabele vergoeding waarbij 20% aan het management wordt uitgekeerd van de winst die behaald wordt boven 3% van de spaarrente.

Beheerder Jan Holvoet is duidelijk: “het is onze bedoeling om de markt te kloppen”. Aphilion Q² Equities lijkt hierin alleszins te slagen. Over bijna de hele periode slaagt het fonds erin het beter te doen dan zijn benchmark (MSCI World). Positief is ook dat de modellen niet blindelings worden toegepast. Hoewel de managementfee hoger ligt dan gemiddeld, is het fonds – met uitzondering van 2007 – er al ieder jaar in geslaagd een aantrekkelijke meerwaarde te creëren in vergelijking met de benchmark.

Het fonds is geschikt voor een belegger die kiest voor een brede (globale) belegging en die de voorkeur geeft aan een meer academische aanpak op basis van kwantitatieve modellen.

Over de auteur

Pieter Bailleul

Pieter Bailleul  is Marketing Manager for Morningstar Benelux