Prijzenoorlog in ETF-land gaat door, maar let op totale kostenplaatje

De prijzenoorlog in het landschap van passieve fondsen houdt aan. Sinds begin dit jaar hebben veel fondsaanbieders de kosten van hun bestaande ETF-assortiment verlaagd of nieuwe producten tegen zeer concurrerende kosten op de markt gebracht. Maar pas op, want de lopende-kostenfactor zegt lang niet alles. De totale kosten van een fonds omvatten veel méér, zoals in- en uitstapkosten. Daar moet de fondsbelegger zich goed van bewust zijn.

Jose Garcia-Zarate 11 juni, 2018 | 11:30

Lyxor introduceerde in maart twee Amerikaanse en Britse aandelen ETF's die Morningstar-indices volgen met een lopende-kostenfactor van 0,04%.

Xtrackers verlaagde in april de lopende kosten voor zijn EUR cash ETF van 0,15% naar 0,10% en voor zijn assortiment US Treasuries ETF's met 3-8 basispunten. Het biedt nu niet-gehedgde conventionele en inflation-linked Amerikaanse obligaties tegen 0,12% kosten en EUR-hedged conventionele obligaties tegen 0,17% kosten.

Eveneens in april introduceerde Fidelity zes in Ierland gevestigde indexfondsen die blootstelling bieden aan aandelenindices voor de Verenigde Staten, Europa, Japan, Azië-Pacific ex-Japan, wereldwijd en opkomende markten, met lopende kosten variërend van 0,06% voor S&P 500-blootstelling tot 0,20% voor MSCI opkomende markten.

Fidelity verlaagde ook de lopende kosten voor in het Verenigd Koninkrijk gevestigde indexfondsen voor de Verenigde Staten, wereldwijd en aandelen, om deze in lijn te brengen met het nieuw geïntroduceerde grensoverschrijdende assortiment.

Méér dan lopende kosten
Snijden in de kosten zorgt voor goede krantenkoppen en we zullen niet klagen als fondsaanbieders de kosten van beleggen verlagen. Maar dit is wel een goede gelegenheid om beleggers eraan te herinneren dat lopende kosten niet de enige kosten van een passief fonds zijn.

Er zijn namelijk nog verschillende andere, minder goed zichtbare kosten van toepassing naast de lopende-kostenfactor van een fonds die dus ook een deel het rendement afsnoepen. Veel van die kosten hebben betrekking op het proces van aankopen en verkopen van de fondsen, ofwel de in- en uitstapkosten.

Transactiekosten
In het geval van traditionele indexfondsen moeten beleggers die in- en uitstappen doorgaans de transactiekosten en belastingen (bijvoorbeeld zegelrecht in het Verenigd Koninkrijk) die het fonds heeft gemaakt dekken om bestaande fondsbeleggers niet te benadelen. Deze in- en uitstapkosten kunnen worden uitgedrukt in de vorm van een spread of een ander prijsmechanisme.

In het geval van ETF's, die op de beurs als gewone aandelen worden verhandeld, zullen de handelskosten voor beleggers variëren in de vorm van bid-ask spreads en handelscommissies.

Platformkosten
Daarnaast moeten beleggers die handelen in passieve fondsen op platforms ook rekening houden met kosten die het platform rekent; doorgaans worden jaarlijkse administratiekosten in rekening gebracht als een percentage van het bedrag dat op het platform is belegd en/of op pre-trade basis.

Al het bovenstaande is te omschreven als ‘externe’ transactiekosten. Maar transactiekosten worden ook gemaakt als onderdeel van het normale 'interne' beheer van een passief fonds. Indexen zijn inderdaad niet statisch. Posities komen en gaan bij elke herbalancering, en er kunnen ook verschillen tussen herbalanceringen optreden als gevolg van acties bij bedrijven of rating wijzigingen.

Fysieke versus synthetische replicatie
Fysiek gerepliceerde indexfondsen en ETF's moeten deze veranderingen weerspiegelen, en de kosten die gepaard gaan met de effectentransacties door de fondsbeheerders zullen rechtstreeks van invloed zijn op het rendement voor bestaande fondshouders.

Synthetische ETF's daarentegen, die de prestatie van de index via een swapcontract met een tegenpartij leveren, worden niet rechtstreeks door deze kosten beïnvloed. Het niveau van de indexomzet zal echter worden meegewogen bij de onderhandelingen over swap fees, die niet zijn opgenomen in de lopende kosten.

Niet in eigen hand
Beleggers hebben de transactiekosten die inherent zijn aan het beheer van een passief fonds niet in eigen hand. Dit betekent echter niet dat de belegger ze moet negeren tijdens het selectieproces. Het goede nieuws is dat passief fondsbeheer sterk geautomatiseerd is en gericht is op een strakke beheersing van transactiekosten en het benutten van mogelijkheden voor prestatieverbetering, zoals belastingoptimalisatie en het uitlenen van effecten.

Omdat er zo veel verschillende soorten kosten een rol spelen, moet de belegger verder kijken dan alleen de lopende-kostenfactor. De lopende kosten zijn slechts één uitgangspunt, maar niet de beste en niet de volledige manier om de werkelijke kosten van een fonds te beoordelen. Ze moeten dan ook zeker niet de enige overweging zijn bij het selecteren van een fonds.

Beter is het om voor de totale kosten van het bezitten van een fonds te kijken naar het geannualiseerde tracking verschil. Dat is het verschil in jaarlijkse rendementen tussen het fonds en zijn onderliggende benchmark. Dit is aanvulling op alle externe en beleggersspecifieke kosten die gepaard gaan met het proces van aan- en verkopen van een fonds.

 

Lees meer over kosten:

- Actieve obligatiefondsen blijven achter bij benchmark vanwege kosten

- Beleggersvriendelijke kosten

- Alleen bij kosten maakt de belegger zelf een bewuste keus

Over de auteur

Jose Garcia-Zarate  is an ETF analyst with Morningstar UK.