Als u verder gaat op deze website gaat u akkoord met het gebruik van cookies op uw apparatuur. Lees meer over ons beleid rond cookies en welk soort cookies wij gebruiken door hier te klikken. Accepteer Cookies

Capaciteitsmanagement bij bedrijfsobligatiefondsen

Door de groeiende vraag naar Europese bedrijfsobligatiefondsen is capaciteitsbeheer binnen deze categorie zeer actueel. Een groeiend vermogen onder beheer kan actieve managers namelijk voor een flinke uitdaging plaatsen. Morningstar legt uit waarom capaciteitsbeheer van belang is en bespreekt enkele voorbeelden uit de praktijk.

Niels Faassen 10 augustus, 2017 | 12:55

Door de extreem lage effectieve rendementen op staatspapier, die in diverse gevallen zelfs negatief uitpakken, waren Europese bedrijfsobligatiefondsen de afgelopen jaren bijzonder populair onder beleggers. Deze vraag werd verder gestimuleerd door het opkoopbeleid van de ECB, dat zich vanaf maart 2016 ook richtte op bedrijfsobligaties (financiële instellingen uitgezonderd).

Het vermogen onder beheer van actieve en passieve beleggingsproducten in de Morningstar-categorie Obligaties EUR Bedrijven steeg vanaf 2009 tot en met juni 2017 van ruim 36,9 miljard euro tot bijna 151 miljard euro. Al is hier in 2017 wel een kentering in gekomen doordat beleggers verwachten dat de ECB het obligatieopkoopprogramma zal afbouwen.

(klik op grafiek voor vergroting)

Actief-passief
Zowel actieve als passieve fondsen wisten te profiteren van de enorme belangstelling naar Europese bedrijfsobligaties. Maar per saldo groeide passieve ETF’s en indexfondsen binnen deze categorie harder dan actieve beleggingsfondsen. Het marktaandeel van passief verdubbelde ruim van 13% begin 2009 naar 28% per eind juni 2017.

Binnen passief waren het vooral de ETF’s van iShares die in trek waren bij beleggers met een marktaandeel van maar liefst 65%. Met name de Silver gerate iShares Core € Corporate Bond ETF (EUR 7,6 miljard) en iShares € Corp Bond Large Cap ETF (EUR 4,5 miljard) trokken veel vermogen aan.

Maar ook diverse actieve beleggingsfondsen wisten veel nieuw vermogen aan te trekken in de afgelopen jaren. Zo voert Schroder ISF EURO Corporate Bond (Bronze) met een beheerd vermogen van 8 miljard euro de ranglijst aan van de grootste Europese bedrijfsobligatiefondsen.

Hetzelfde team beheert daarnaast nog een geconcentreerder fonds het Schroder ISF EURO Credit Conviction (EUR 1,4 miljard). Indien we de mandaten van het team meetellen, komt het beheerde vermogen voor de gehele strategie uit op 10 miljard euro. De ETF’s van iShares nemen plek twee en drie in.

(klik op tabel voor vergroting)

Uitdagingen
Een groeiend vermogen onder beheer kan actieve managers echter voor een flinke uitdaging plaatsen. Zo kunnen fondsen te groot worden waardoor beheerders hun (succesvolle) beleggingsstrategie niet meer optimaal kunnen toepassen door een gebrek aan voldoende beleggingsideeën. Hierdoor wordt het moeilijker om hun index te verslaan. Ook de liquiditeit van de portefeuille speelt hierbij een rol. Hoe groter het fonds, hoe lastiger het is om snel aan- en verkooptransacties uit te voeren, zonder de prijs van aandelen en/of obligaties te beïnvloeden. Daarnaast kan een fonds ook een te groot deel van een bepaalde obligatie bezitten, wat onwenselijk kan zijn. 

Diverse academische studies wijzen dan ook op een inverse relatie tussen omvang van het beheerd vermogen en de relatieve prestaties van actieve fondsen. Daar waar actieve fondsen zich tot doel stellen om hun benchmark te verslaan, richten ETF’s en indexfondsen zich op het zo nauwkeurig mogelijk volgen van hun index. In tegenstelling tot actieve fondsen hebben ETF’s juist baat bij meer vermogen onder beheer. Door schaalvoordelen leidt een toename van de assets namelijk tot lagere kosten. Deze lagere kosten stellen ETF’s in staat om het rendement van hun benchmark nauwkeuriger te volgen.

Rentmeesterschap
Juist vanwege de uitdagingen die gepaard gaan met een stijging van het beheerde vermogen van actieve beleggingsfondsen is het van belang dat er zorgvuldig met de capaciteit van beleggingsfondsen wordt omgegaan. Bijvoorbeeld door het instellen van capaciteitslimieten en fondsen te sluiten voordat deze te groot en onbeheersbaar worden.

Morningstar juicht een gedegen capaciteitsbeheer dan ook toe. Het getuigt van goed rentmeesterschap, waarbij het fondshuis het belang van beleggers laat prevaleren boven het eigen belang. Hoe meer vermogen een fondshuis namelijk onder beheer heeft, hoe hoger de inkomsten uit beheervergoedingen. In financieel opzicht is het dan ook geen eenvoudige beslissing voor een fondshuis om een succesvolle beleggingsstrategie te sluiten maar deze dient juist ter bescherming van de belangen van zittende beleggers.

Capaciteitsbeheer in de praktijk
Met de toegenomen interesse in Europese bedrijfsobligatiefondsen is capaciteitsbeheer binnen deze categorie een zeer actueel thema geworden. Diverse grote bedrijfsobligatiefondsen hebben dan ook inmiddels maatregelen genomen om nieuwe instroom te beperken. Zo is Schroders overgegaan tot een soft close voor hun EURO Corporate Bond strategie na het bereiken van een omvang van 10 miljard euro.

Dichter bij huis ging Kempen Capital Management eerder al over tot een soft close van hun Euro Credit fondsen. Het succesvolle track record van het Europese bedrijfsobligatiefonds van Kempen is beleggers niet onopgemerkt gebleven. Het Amsterdamse fondshuis beheert inmiddels ongeveer 5,5 miljard euro in deze strategie. Vanwege de enorme populariteit van het door Morningstar met een Silver rating bekroonde fonds zag Kempen zich begin 2016 gedwongen een soft close in te stellen.

Morningstar ziet deze soft closes als positieve ontwikkelingen. Het toont aan dat zowel Schroders als Kempen toegewijd zijn aan de instandhouding van hun succesvolle beleggingsprocessen ter bescherming van hun bestaande beleggers.

Ten slotte
Door de groei van Europese bedrijfsobligatiefondsen dienen beleggers zich bewust te zijn van potentiele capaciteitsissues. De omvang van een beleggingsfonds kan namelijk uitdagingen met zich meebrengen die van invloed kunnen zijn op het rendementspotentieel. De grootste actieve beleggingsfondsen zijn dan ook niet per definitie de beste fondsen.

 

Lees meer columns van Niels Faassen:

- Obligatiefondsen opkomende markten: 3 favorieten van Morningstar

De zin en onzin van flexibele obligatiefondsen

- Flexibele obligatiefondsen zijn wapen in stijgende renteomgeving

Over de auteur Niels Faassen

Niels Faassen  is fondsanalist bij Morningstar Benelux.