Beleggen voor beginners: verhouding tussen rendement & risico

Rendement en risico gaan hand in hand, zo hebben we vastgesteld. Om inzicht te krijgen in de verhouding tussen beide, zijn er verschillende risico-rendementsratio's. Die behandelen we deze keer.

Jeffrey Schumacher, CFA 25 april, 2016 | 9:08

Rendement en risico gaan hand in hand, zo hebben we uiteengezet in de vorige artikelen ('De zoektocht naar rendement' & 'De risico’s van beleggen'). Als vervolgstap gaan we beide combineren. Want om een goed oordeel te kunnen vellen over de kwaliteit van een rendement, is het noodzakelijk om dit te relateren aan het genomen risico. Er zijn vele indicatoren die de verhouding tussen rendement en risico weergeven. Deze keer bespreken we een aantal van deze ratio’s.

Sharpe-ratio
De sharpe ratio combineert rendement en risico, gemeten naar standaarddeviatie. Deze ratio wordt berekend door het rendement van een beleggingsfonds te verminderen met het risicovrije rendement - dat is de rente op een spaarrekening - en dat te delen door de standaarddeviatie. Het getal dat hieruit komt geeft het rendement aan dat is behaald per eenheid risico. Hoe hoger dit getal, des te beter de kwaliteit van het rendement.

Om dit te verduidelijken een voorbeeld: beleggingsfonds A haalt een rendement van 5% met een standaarddeviatie van 8%, en het risicovrije rendement is 0,5%. De Sharpe-ratio voor beleggingsfonds A is dan (5%-0,5%)/8% = 0,56.

Beleggingsfonds B heeft een rendement van 8% met een standaarddeviatie van 15%. De Sharpe-ratio voor beleggingsfonds B komt dan uit op (8%-0,5%)/15% = 0,5.

Hoewel beleggingsfonds B een hoger rendement heeft behaald dan beleggingsfonds A, is de prestatie van beleggingsfonds A beter als we het genomen risico laten meewegen. Want beleggingsfonds B nam een groter risico (getuige de hogere standaarddeviatie), maar dat werd niet beloond met een verhoudingsgewijs even groot rendement.

Sortino-ratio
De Sortino-ratio is een variant op de Sharpe-ratio. De Sortino-ratio neemt ook het rendement van een beleggingsfonds minus het risicovrije rendement als basis, maar deelt dit niet door de standaarddeviatie. In plaats daarvan gebruikt het de downside deviation.

Het verschil tussen standaarddeviatie en downside deviation is dat downside deviation uitsluitend de volatiliteit meet van rendementen beneden het benchmarkrendement. De Sortino-ratio veronderstelt dat risico alleen relevant is wanneer het rendement van een fonds slechter is dan dat van de benchmark. De volatiliteit die ontstaat door betere rendementen wordt door beleggers niet als risico ervaren, en moet daarom buiten beschouwing worden gelaten. De berekening van de volatiliteit beperkt zich dus tot negatieve rendementen ten opzichte van de benchmark.

Informatie-ratio
Een andere risico/rendementsmaatstaf die vaak wordt gebruikt is de informatie-ratio. Deze ratio deelt het overrendement van een beleggingsfonds (rendement van het fonds minus het rendement van de benchmark, ofwel actief rendement) door de tracking error (ook wel actief risico genoemd). De tracking error staat gelijk aan de variatie in overrendement van het fonds versus de benchmark (actief rendement) over een bepaalde periode. Ook hier geldt; hoe hoger de informatie-ratio, hoe beter.

Naast elkaar gebruiken
De verschillende ratio’s kunnen allemaal naast elkaar gebruikt worden. Het is niet zo dat de ene een betere maatstaf is dan de andere, of dat verschillende ratio’s van toepassing zijn op verschillende beleggingscategorieën. Ze hebben gewoon allemaal een net iets andere invalshoek. Het is aan de belegger zelf om te bepalen welke ratio’s hij wil gebruiken bij zijn beleggingsbeslissingen.

Dit is het vierde deel uit de reeks Beleggen voor beginners, waarin Morningstar de basisbegrippen van beleggen uitlegt voor de beginnende belegger. Lees ook de andere delen uit deze serie:

- De risico's van beleggen

- Op zoek naar alpha

- Beleggingsfondsen in een notendop

Over de auteur

Jeffrey Schumacher, CFA  is fondsanalist bij Morningstar Benelux