Hoge kwaliteit of laag risico. Welke is belangrijker?

Wat is belangrijker in het huidige beursklimaat: kwaliteitsbedrijven kopen of bedrijven met een laag risico? Bij die afweging komt de zekerheidsmarge die Morningstar berekent, om de hoek kijken. We leggen uit hoe het werkt.

Fernando Luque 26 februari, 2016 | 17:25

Morningstar meet de kwaliteit van een bedrijf af aan de voorsprong ten opzichte van zijn concurrenten. De maatstaf daarvoor is de zogeheten ‘economic moat rating’. Voor het meten van het risico gebruikt Morningstar de Fair Value Uncertainty.

Concurrentiekracht
Bij het meten van de concurrentiekracht gaan Morningstars aandelenanalisten na welke voordelen een bedrijf heeft ten opzichte van zijn tegenstrevers en of het daardoor in staat is om bovengemiddelde rendementen op het geïnvesteerd vermogen te halen. Morningstar heeft vijf typen concurrentievoordelen vastgesteld: hoge wijzigingskosten voor klanten, schaalvoordelen, immateriële vaste activa, zoals merken of patenten, netwerkeffecten en kostenvoordelen.

Morningstar verdeelt bedrijven in drie gradaties van concurrentiekracht: ‘wide moat’ (bedrijven met het grootste concurrentievoordeel), ‘narrow moat’ (bedrijven met enig concurrentievoordeel en ‘no moat’ (bedrijven die geen enkele voorsprong op hun concurrenten hebben). De methodologie achter de economic moat beoordeling vindt u hier.

Risicobeoordeling
Het risico van een bedrijf komt tot uitdrukking in de onzekerheid ('Uncertainty') van de Fair Value-waardering. De Morningstar-analisten beoordelen bedrijven op basis van de voorspelbaarheid van hun omzetontwikkeling, operationele leverage, financiële leverage en de afhankelijkheid van gebeurtenissen die ze niet zelf in de hand hebben. Aan de hand van deze factoren wordt Fair Value Uncertainty uitgedrukt in vijf gradaties: laag, medium, hoog, zeer hoog, of extreem.

Welke factor meest relevant
Om te kunnen zien welke van deze twee factoren meer relevant is voor het Europese aandelenlandschap hebben we de marktkapitalisatie-gewogen verhouding aandelenkoers/fair value van 240 aandelen berekend voor de drie typen ‘moats’ (wide, narrow en none), voor de vijf gradaties in Fair Value Uncertainty (laag, medium, hoog, zeer hoog, of extreem) en voor de 15 combinaties van deze twee factoren. De uitkomst is weergegeven in onderstaande tabel:

(klik op tabel voor vergroting)

De tabel laat in de drie vakjes ter linkerzijde zien dat er weinig verschil in de verhouding koers/fair value is als we alleen de moat erbij betrekken. Daarentegen is er een duidelijke relatie tussen het niveau van onzekerheid en de koers/fair value verhouding: hoe hoger de onzekerheid, hoe lager de marktkapitalisatiegewogen gemiddelde koers/fair value.

Aantrekkelijkste aandelen
Als we dieper op de details ingaan en de gradaties ‘zeer hoog’ en ‘extreme onzekerheid’ uitsluiten bij de fair value-berekening, dan zijn de aantrekkelijkste aandelen die van bedrijven met een ‘wide moat’ en een lage onzekerheid; aangezien de afstand tot bedrijven met ‘no moat’ en hoge onzekerheid niet significant lijkt (0,90 versus 0,88). Voorbeelden van bedrijven met wide moat en lage onzekerheid zijn: Imperial Tobacco, Nestle, Roche en Unilever.

In de onderstaande tabel vindt u nog meer voorbeelden van bedrijven, gerangschikt naar onzekerheid en concurrentievoordeel:

(klik op tabel voor vergroting)

Wilt u meer weten over de verhouding tussen concurrentiekracht en onzekerheid? In dit artikel leest u meer over waarom een bedrijf met 'wide moat' toch een hoge onzekerheid kan hebben.

 

Over de auteur

Fernando Luque

Fernando Luque  es el Senior Financial Editor de www.morningstar.es